085-4865262 (dagelijks 8.00u - 22.00u)

Witwassen is het verbergen of verhullen van de herkomst van de opbrengst van criminele activiteiten. In de meeste gevallen gaat het om witwassen van geld dat is verdiend met criminele activiteiten, maar steeds vaker richt justitie zich ook op door criminele activiteiten verkregen goederen.

Witwassen wordt tot de vermogensdelicten gerekend, net als diefstal, verduistering, oplichting. Justitie moet bij witwassen bewijzen dat het geld of de goederen een criminele herkomst hebben. In veel gevallen kan ook bewijs worden geleverd door aan te voeren dat een persoon onvoldoende legale inkomsten heeft om aan het geld of de goederen te komen. Je zou in dat opzicht kunnen spreken van een omkering van de bewijslast.

Wordt u verdacht van witwassen, dan is het belangrijk dat u zich direct goed laat voorlichten over uw mogelijkheden door een gespecialiseerde advocaat strafrecht. De advocaat kan u ook ter terechtzitting bij de politierechter bijstaan.

Vormen van witwassen

De volgende drie vormen van witwassen zijn sinds 6 december 2001 opgenomen in het Wetboek van Strafrecht ('WvSr'):

Opzettelijk witwassen (Artikel 420bis WvSr)

Bij de opzettelijke vorm van witwassen dient de verdachte ten tijde van de gedraging te weten dat het voorwerp dat hij verbergt of verhult uit misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van deze wetenschap is voorwaardelijke opzet voldoende. De in de delictsomschrijving gebruikte termen 'verbergen' of 'verhullen' impliceren eveneens opzet. Ook hierbij is voorwaardelijk opzetvoorwaardelijke opzet voldoende (Kamerstukken II 2000/01, 27 159, nr. 5, p. 11)

Gewoonte witwassen (art 420ter WvSr)

Het zogenoemde opzet-witwassen is de generalis van de specialis gewoonte-witwassen dat strafbaar gesteld is in artikel 420ter WvSr. Iemand maakt zich schuldig aan gewoonte-witwassen wanneer hij zich herhaaldelijk schuldig maakt aan opzet-witwassen.

Schuldwitwassen (art. 420quater WvSr)

Tot slot bestaat er nog de schuldvariant van witwassen, opgenomen in artikel 420quater WvSr. In dit laatste geval dient bewezen te worden dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het voorwerp van misdrijf afkomstig was. Ten aanzien van de handelingen die de verdachte verricht ten behoeve van het witwassen dient overigens wel de opzet bewezen te worden. Voorwaardelijke opzet is daarbij voldoende; het zich willens en wetens blootstellen aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat men door zijn handelen iets verbergt, verhult enzovoort. 

Witwassen en het gronddelict

Bij witwassen is de heler-steler-regel niet van toepassing, zoals dat bij de artikelen 416 en 417 WvSr wel het geval is. Dit betekent dat ook handelingen met betrekking tot voorwerpen die afkomstig zijn uit misdrijven die de witwasser zelf heeft gepleegd, wel onder de bepalingen van witwassen (artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht) vallen. De wetgever heeft hier de zelfstandige strafwaardigheid van witwassen mee willen uitdrukken. Van belang is voorts dat de Hoge Raad in zijn arrest van 2 oktober 2007, NJ 2008, 16, bepaalde dat de opvatting dat het enkele voorhanden hebben van een voorwerp onvoldoende is om dit als witwassen aan te merken geen steun vindt in de wet.

Het geld of andere voorwerpen die worden witgewassen, dienen afkomstig te zijn uit enig voorafgaand misdrijf. Niet vereist is dat het voorwerp geheel uit misdrijf afkomstig is: ook een voorwerp dat gedeeltelijk met crimineel geld en gedeeltelijk met legaal geld is gefinancierd, wordt beschouwd van misdrijf afkomstig te zijn. Van belang is voorts dat de Hoge Raad in zijn arrest van 28 september 2004 (LJN nr. AP2124, HR 02679/03) bepaalde dat om te bewijzen dat het voorwerp 'afkomstig is uit enig strafbaar feit' niet uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dat betekent ook dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan (Zie ook HR 27 september 2005, NJ 2006, 473)
Overigens lijkt er niets in de weg te staan om ook een fiscaal delict als gronddelict voor witwassen te bezigen. Op het moment van het opstellen van deze Aanwijzing heeft de Hoge Raad zich nog niet hoeven te buigen over een strafzaak waarin dit voorkwam. In de lagere rechtspraak zijn al wel voorbeelden te vinden van strafzaken waarin veroordeling plaatsvond wegens onder meer het witwassen van gelden die door middel van het plegen van fiscale feiten waren gegenereerd (zie bijvoorbeeld Rb Amsterdam, 3 februari 2005; LJN nr. AT5766).

Jurisprudentie witwassen

Uit jurisprudentie zoals deze is ontwikkeld sinds de inwerkingtreding van de witwasartikelen, alsmede uit de jurisprudentie uit inzichten die zijn af te leiden uit jurisprudentie uit de periode dat de helingbepalingen artikel 416 en 417 Sr nog werden gebruikt om witwassen te vervolgen, lijken de volgende elementen te kunnen worden afgeleid die van belang zijn voor de bewijsvoering:

—Dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is, dient ten laste gelegd en bewezen te worden. Het misdrijf hoeft niet nader te worden aangeduid of omschreven; volstaan kan worden met de vermelding van het feit dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is. Niet vereist is dat de rechter identificeert welk misdrijf precies aan het voorwerp ten grondslag ligt. Vaak zal dit niet mogelijk zijn, terwijl het ook niet relevant is voor de strafwaardigheid van het witwassen (vgl. HR 28-09-2004 LJN: AP2124).

—Uit de bewijsmiddelen behoeft niet te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar het achterliggende misdrijf concreet is begaan (vgl. HR 28-09-2004 LJN: AP2124). Blijkens de conclusie van PG Fokkens bij voornoemd arrest heeft het Hof de mogelijkheid dat het geld ook legaal verkregen zou kunnen zijn als zo onwaarschijnlijk kunnen beschouwen dat het als bewezen heeft kunnen aannemen dat het geld van misdrijf(ven) afkomstig was. Alles wees er immers op dat het hier om geld ging waarvan het bestaan en de herkomst verborgen moesten blijven.

—Teneinde opzet- en gewoontewitwassen te bewijzen dient voorwaardelijke opzet aangetoond te worden omtrent de wetenschap van de verdachte dat het voorwerp van een misdrijf afkomstig is. Er kan dan ook gebruik gemaakt worden van de formulering dat de verdachte ‘bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde’. Voor wat betreft schuldwitwassen is vereist: schuld ten aanzien van de omstandigheid dat het voorwerp van misdrijf afkomstig is. De verdachte heeft dit redelijkerwijs moeten vermoeden. Dit duidt volgens de Hoge Raad (HR 17 december 1985, NJ 1986, 428) op ‘grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid’.

—Volgens de Hoge Raad (vgl. HR 9 februari 1999; NJ 1999, 327) zijn de termen verwerven, voorhanden hebben en overdragen van voldoende feitelijke betekenis om niet nader omschreven te hoeven worden in de tenlastelegging van art. 416 WvSr. De termen verhullen, verbergen, omzetten en gebruiken zullen daarentegen wel nader omschreven dienen te worden.

—Het OM en de rechter kunnen voor het bewijs van witwassen gebruik maken van, zoals ze in internationaal verband worden genoemd ‘typologieën’ van witwassen[5.]. Hierbij gaat het om min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring leert, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven. Door analyse van reeds afgedane zaken en casusvergelijkingen kunnen bepaalde typen van witwassen alsmede de bijbehorende kenmerken worden onderscheiden. In Nederland worden dergelijke typologieën door FIU.NL ontwikkeld. Ter illustratie zullen in de bijlage de typologieën die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze aanwijzing actueel zijn, worden gevoegd.

Straffen voor witwassen

Een verdachte van witwassen krijgt meestal een geldboete of een werkstraf. De precieze straf is afhankelijk van de waarde van de geheelde goederen, en de vraag of de heling samen met anderen of alleen heeft plaatsgevonden. Er zit uiteraard ook verschil tussen opzettelijk witwassen, gewoontewitwassen, en schuldwitwassen. De straffen zijn vergelijkbaar met die voor heling:

Voor schuldwitwassen moet u rekening houden met de volgende straffen.

Waarde tot €    120,00.......................................20 uur werkstraf
Waarde tot € 1.200,00.......................................60 uur werkstraf
Waarde tot € 5.000,00.....................................100 uur werkstraf

De straffen voor opzetwitwassen liggen iets hoger.

Wanneer het witwassen samen met een ander is gepleegd geldt een verhoging van 1/3. Bij eenmalige recidive geldt een verhoging van 50%. Bij meermalen recidive voor witwassen of soortgelijke zaken geldt een verhoging met 100%.

Voor gewoontewitwassen gelden veel hogere straffen. Daar beginnen de straffen bij 80 uur werkstraf in de lichtste gevallen, oplopend tot gevangenisstraf bij een hoge frequentie.
 

Onschuldig

In alle gevallen dat u meent onschuldig te zijn, is het uitermate belangrijk dat u wordt bijgestaan door een goede advocaat. De advocaat kan samen met u op basis van het dossier kijken naar de mogelijkheden om een vrijspraak te bepleiten. Wellicht kunnen camerabeelden worden opgevraagd, getuigen worden gehoord, of andere onderzoeken plaatsvinden.

Wanneer u een strafbeschikking krijgt, en meent onschuldig te zijn, moet u de strafbeschikking niet betalen. Het is belangrijk dat u in dat geval binnen 14 dagen verzet instelt. Uw advocaat kan dat voor u doen.

Advocaat witwassen

Wanneer u uw zaak bij ons aanmeldt, brengen wij u in contact met een gespecialiseerde advocaat in witwaszaken.

Alle bij ons netwerk aangesloten advocaten werken ook op basis van pro deo (toevoeging via de Raad voor Rechtsbijstand), waarbij de kosten van rechtsbijstand grotendeels worden betaald door de Staat. Komt u niet in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand, dan hanteren onze advocaten voor u een zeer scherp tarief van € 135,00. Alleen via ons bent u zeker van gespecialiseerde rechtsbijstand, tegen een betaalbaar tarief.

En bij vrijspraak, sepot of ontslag van rechtsvervolging krijgt u bovendien alle kosten van rechtsbijstand vergoed door de Staat. Wij kunnen dan voor u een verzoek indienen.