085-4865262 (dagelijks 8.00u - 22.00u)

Het traject van het voorarrest bestaan uit verschillende fasen, die elkaar opvolgen. In chronlogische volgorde kunnen de volgende fasen in het voorarrest worden onderscheiden.

  • Ophouden voor verhoor (max. 6 - 15 uur)
  • Inverzekeringstelling (max. 3 dagen, evt 1x verlenging)
  • Bewaring (max. 14 dagen)
  • Gevangenhouding (max. 90 dagen)
  • Pro forma zitting (telkens verlenging max. 3 mnd)

Termijnen voorarrest

Iedere fase in het voorarrest kent eigen termijnen. In totaal mag een verdachte tot aan de eerste pro forma zitting maximaal 117 (zonder verlenging ivs; anders 120 dagen) in voorarrest worden gehouden. Na die 117 dagen dient de rechtbank pro forma te behandelen. Op de pro forma zitting kan telkens worden besloten om het voorarrest voor 3 maanden te verlengen, afhankelijk van de ernst van het feit, de te verwachte straf bij veroordeling, en de vraag of er nog steeds ernstige bezwaren (lees: een ernstige verdenking) bestaat tegen de verdachte.

Ernstige bezwaren voorarrest

Voorwaarde voor de toepassing van voorarrest is dat er een redelijk vermoeden van schuld bestaat (in de fase van de inverzekeringstelling) of dat er ernstige bezwaren bestaan  (vanaf de fase van de inbewaringstelling) dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De term ernstige bezwaren ziet op de ernst van de verdenking die er moet zijn. Bij aanhouding is hoogstens een redelijk vermoeden van schuld nodig. Dit betekent dat de politie op redelijke gronden iemand kon verdenken van het plegen of betrokkenheid bij een bepaald strafbaar feit. Voor de voorlopige hechtenis is vervolgens net iets meer verdenking nodig. Het gaat bij de ernstige bezwaren nog niet om echt harde bewijzen. Op basis van het dossier moet de rechter-commissaris het vermoeden hebben dat de verdachte zich schuldig gemaakt kan hebben aan de feiten die hem worden verweten.  Pas bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak gaat het erom dat op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Dan pas worden hoge eisen gesteld aan het bewijs. In de fase van het voorarrest wordt betrokkenheid bij een bepaald strafbaar feit dus eerder aangenomen.
Is het eenmaal tot een veroordeling in eerste anleg gekomen, kan het vonnis van de rechtbank worden gebruikt ter rechtvaardiging van het laten voortduren van het voorarrest.

Gronden voorarrest

Tot slot zijn er voor de toepassing van voorarrest gronden aanwezig. In de fase van de inverzekeringstelling geldt als enige grond het onderzoeksbelang. Zolang de politie onderzoek moet doen, kan de verdachte op het politiebureau in voorarrest worden gehouden.

Vanaf de inbewaringstelling bij de rechter-commissaris zijn meer gronden nodig. Deze gronden zijn genoemd in artikel 67a Sv.:

• Ernstig gevaar voor vlucht
• Feit waarop 12 jaar of meer maximum gevangenisstraf is gesteld en het tot maatschappelijke onrust zou leiden wanneer de verdachte in vrijheid zou worden gesteld
• Gevaar voor herhaling van een feit waarop 6 jaar of meer maximum gevangenisstraf staat, of een feit waardoor de gezondheid of veiligheid in gevaar kan worden gebracht of algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan
• Eerdere veroordeling van minder dan 5 jaar geleden voor bedreiging, mishandeling, diefstal, verduistering, oplichting, vernieling, of heling
• Onderzoek dat de politie nog moet verrichten, dat mogelijk bij invrijheidstelling van de verdachte zou kunnen worden gefrustreerd of belemmerd

Iemand mag dus niet zomaar in voorarrest worden gehouden. Het moet ofwel om ernstige feiten gaan, ofwel kan iemand worden vastgehouden omdat hij vaker soortgelijke feiten heeft gepleegd, of althans op basis van andere factoren (o.a. psychische gesteldheid) er een kans bestaat dat het feit opnieuw wordt gepleegd, of er bestaat een risico op belemmering of frustering van het onderzoek (bijv. door contact met getuigen).

Schorsing voorarrest

Wanneer de rechtbank besluit om een verdachte in voorarrest te houden, kan de advocaat om schorsing van het voorarrest vragen. Schorsing van het voorarrest betekent dat u in vrijheid wordt gesteld. De rechter kan het voorarrest schorsen wanneer de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder worden gevonden dan het algemeen belang dat de maatschappij heeft bij langere vrijheidsbeneming. In de kern is de vraag of de verdachte voor schorsing in aanmerking komt altijd een afweging van de ernst van het feit, de omstandigheden van het geval, maar ook de persoonlijke belangen van de verdachte, en in het bijzonder de negatieve gevolgen die een langere vrijheidsbenemning voor de verdachte met zich meebrengen. Wanneer een verklaring van een werkgever wordt overgelegd waaruit volgt dat ontslag dreigt, of wanneer aangetoond kan worden dat onruiming van de woning dreigt of wegens andere zeer belangrijke omstandigheden, bestaan er mogelijkheden om schorsing van het voorarrest te vragen. 

Aan de schorsing kunnen ook voorwaarden worden verbonden zoals een straat- en contactverbod, meldingsplicht bij de politie, huisarrest, etc. De reclassering zal de rechter adviseren of u eventueel geschorst kunt worden onder bepaalde voorwaarden. De rechter zal eerder geneigd zijn om u vrij te laten, wanneer de reclassering dat adviseert.

Advocaat voorarrest

Zodra een verdachte in voorarrest wordt gehouden, heeft hij recht op rechtsbijstand van een advocaat. Indien u nog geen eigen advocaat hebt, krijgt u een piketadvocaat toegewezen. Dat is de advocaat die die dag piket heeft. U kunt echter ook een advocaat van uw voorkeur (de voorkeursadvocaat) opgeven. Door de politie wordt vaak gezegd dat u die advocaat dan zelf moet betalen, maar dat is niet (altijd) waar. Wanneer u de auteur van dit artikel opgeeft als advocaat van uw voorkeur, bent u er zeker van dat u wordt bijgestaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat met jarenlange ervaring.